DE WERELD VAN ONZE VRIENDJES DE MIEREN - Harun Yahya
DE WERELD VAN ONZE VRIENDJES
DE MIEREN

 


Omar: "Dus, als ze zich niet zelf kunnen beschermen, wie doet dat dan voor hen?"

De mier: "De bladsnijdende werkmieren worden altijd vergezeld door kleinere werkmieren. Deze werkmieren klimmen boven op de bladeren die de attas dragen en staan zo op de uitkijk. In geval van een aanval door een vijand verdedigen ze hun vrienden, ondanks hun kleine maat."

Omar: "Dat is nog een bijzonder voorbeeld van zelf opoffering! Maar ik wil nog iets weten. Waar gebruiken de attas deze bladeren voor? Waarom dragen attas deze bladeren de hele dag door?"

De mier: "Ze gebruiken ze voor hun landbewerking. Attas gebruiken deze bladeren om schimmels op te laten groeien. Mieren kunnen zelf geen bladeren eten. Dus maken de werkmieren een heleboel van deze stukjes bladeren, nadat ze erop gekauwd hebben en dan stoppen ze ze in één van de ondergrondse kamers in hun nest. In deze kamers kweken ze schimmels op de bladeren en verkrijgen ze hun voedsel van de spruiten van de groeiende schimmels.

Je zult je nu wel afvragen hoe kleine mieren zulke wonderlijke zaken kunnen uitvoeren niet waar?"

Omar: "Ja, ik probeer echt te begrijpen hoe mieren dat allemaal voor elkaar krijgen. Bijvoorbeeld, als je mij vraagt om schimmels te kweken, dat zou helemaal niet makkelijk voor mij zijn om te doen. Ik zou tenminste een aantal boeken moeten lezen of andere mensen moeten vragen die zouden weten hoe dat moest. Maar ik weet dat attas helemaal geen les krijgen.

Nu kan ik beter begrijpen wat jou en je mierenvriendjes zo getalenteerd maakt. Jullie zijn geprogrammeerd om je werk te doen. Bijvoorbeeld, attas worden geboren, terwijl ze al alles weten over landbouw. God, de schepper van alle levende wezens, heeft de attas deze kennis vast en zeker gegeven. Het is God die jullie en al je vriendjes heeft geschapen met al deze buitengewone kenmerken."

De mier: "Je hebt gelijk, Omar. Wij weten al deze dingen al bij de geboorte. Onze schepper, God heeft ze als een zegening aan ons gegeven."

Omar was al weer laat. Hij bedankte de mier en ging naar school. Terwijl hij liep, klonken de woorden van zijn vriendinnetje de mier hem nog na in zijn oren. Ondertussen bleef hij maar denken.

1- Mieren knippen de bladeren die zij naar het nest brengen in kleine stukjes.

2- Ze kauwen de kleine stukjes tot pulp.

3- Ze verdelen deze pulp over een basis van gedroogde bladeren in nieuwe kamers.

4- Ze zetten stukjes schimmel, die ze uit andere kamers halen, op deze pulp.

5- Een groepje mieren maakt de tuin schoon en haalt alle onnodige deeltjes weg.

Attas dragen de bladeren die ze geknipt hebben.

Het knappe werk van de mieren laat een grote wijsheid zien. Maar deze wijsheid kon niet van de mieren zelf komen. Zij waren uiteindelijk slechts kleine wezentjes. Al deze

vaardigheden moesten de mensen toch de wijsheid van God laten inzien. Om de grootsheid van Hem en Zijn kunst van Schepping te laten zien, laat God, De Schepper van de mieren, deze kleine wezentjes taken uitvoeren die zij nooit zouden kunnen doen vanuit hun eigen wijsheid en keuze.

Zijn vriendinnetje heeft deze aangeboren wijsheid, vaardigheid en opofferende natuur te danken aan de inspiratie van God. Alles wat zij deed was een bewijs, niet van haar, maar van God's Macht en Wijsheid.

Terwijl hij daarover nadacht, besefte hij ineens dat bepaalde dingen die hij zich eerder anders had voorgesteld, er in het echt heel anders uitzagen. Hij begreep opnieuw dat de verhalen die verteld worden over levende wezens, hoe ze per ongeluk ontstaan waren en hoe ze hun vaardigheden per ongeluk in de loop van de tijd hadden aangeleerd, leugens waren. Hoe kon dat waar zijn? Denk eens na, hoe zouden mieren zo perfect met elkaar kunnen "praten" als ze per ongeluk ontstaan waren? Hoe zouden ze goed contact met elkaar kunnen maken zonder wanorde en perfecte nesten bouwen? Trouwens, zelfs als alle mieren per ongeluk waren ontstaan en als ze alleen maar zouden leven om zichzelf te verdedigen, hoe kwam het dan dat ze zich opofferden voor elkaar?

Terwijl hij op school was, dacht hij na over al deze dingen. Toen hij 's avonds thuis kwam, besloot hij om de Koran te gaan lezen, die God had gezonden voor alle mensen. Het eerste vers dat hij las was:

Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in het afwisselen van de nacht en de dag zijn zeker Tekenen voor bezitters van begrip. Degenen die Allah gedenken terwijl zij staan en zitten en op hun zij liggen en nadenken over de schepping van de hemelen en de aarde (zeggend:) "Onze Heer, U heeft dit (alles) niet voor niets geschapen, glorie zij U, bescherm ons dus tegen de bestraffing van de Hel. (Surah Al Imran: 190-191)

Hij was totaal overtuigd dat niemand anders dan God alleen de mieren, hemzelf, zijn moeder en vader, zijn broer en alles in het universum heeft geschapen.

Zijn kleine vriendinnetje had hem herinnerd aan het belangrijkste in deze wereld: dat er geen enkele andere Schepper was dan God.

Ik geloof dat, wanneer jullie deze zinnen lezen, jullie allemaal de waarheid zullen zien zoals Omar, en dat jullie weten dat God alles heeft geschapen.

Dus wanneer jullie, net als Omar, een keer de kans krijgen om ook zo een vriendinnetje te ontmoeten, vergeet dan nooit dat jullie veel van haar kunnen leren. Onderzoek en denk na over de perfecte kunst van God, die haar heeft gemaakt.

 
   
 


Home | Boeken | Video's | Artikelen | Audio boeken | Contact | Word lid | Email een vriend deze pagina

Alle materiaal op deze site mag gratis gecopieerd, geprint en verspreid worden. info@harunyahya.com
2004 Harun Yahya International